Eindejaars- en nieuwjaarstips fiscaal

Urenadministratie

Wanneer u in aanmerking wilt komen voor de zelf­standigenaftrek, moet u in 2020 minimaal 1.225 uren in uw onderneming hebben gewerkt. De uren die u als gevolg van ziekte niet hebt kunnen werken, tellen niet mee bij de beoordeling of u aan het criterium hebt vol­daan.

Een ondeugdelijke urenstaat kan ertoe leiden dat de inspecteur u de zelfstandigenaftrek en andere onder­nemersfaciliteiten weigert. Leg de gewerkte uren daarom nauwkeurig vast. Bovendien moet van uw totale werkzaamheden meer dan 50% aan uw onder­neming zijn besteed. Deze eis geldt niet als u in de laatste vijf jaar één of meer jaren geen ondernemer was.

De urenadministratie is ook van belang voor de mee­werkaftrek en de startersaftrek bij arbeidsongeschikt­heid.

 

Investeringsaftrek

Als u in 2020 een bedrag tussen € 2.400 en € 323.544 investeert in bedrijfsmiddelen voor uw onderneming, kunt u in aanmerking komen voor de kleinschalig­heids­investeringsaftrek. Uitgesloten zijn onder meer: grond, personenauto’s, quota, bedrijfsmiddelen minder dan € 450 en bedrijfsmiddelen die voor meer dan 70% worden verhuurd aan derden. De hoogte van de aftrek is afhankelijk van de totale investeringen.

Tabel: hoogte investeringsaftrek

 Investeringsbedrag Aftrek
 Meer dan Niet meer dan
 –  € 2.400  Nihil
 € 2.400  € 58.238 28%
 € 58.238  € 107.848 € 16.307
 € 107.848  € 323.544 € 16.307, minus 7,56% van het bedrag boven € 107.848
 € 323.544  Nihil

Voor de hoogte van de investeringsaftrek is het jaar van aangaan van de investeringsverplichtingen bepa­lend. Daadwerkelijke aftrek in het jaar van investeren kan alleen plaatsvinden indien het bedrijfsmiddel in gebruik is genomen of is betaald.

Het recht op investeringsaftrek vervalt indien:

  • binnen 12 maanden na het aangaan van de ver­plichting minder dan 25% van het investeringsbe­drag is betaald, tenzij het bedrijfsmiddel in deze periode in gebruik is genomen;
  • het bedrijfsmiddel niet in gebruik is genomen bin­nen drie jaar na het begin van het kalenderjaar waarin de investering is gedaan.

Een goede planning van investeringen kan leiden tot een hogere investeringsaftrek. Zet daarom de verrich­te en de geplande investeringen op een rij om een op­timale planning te maken.

 

Let op de desinvesteringsbijtelling

Indien u een bedrijfsmiddel, waarvoor u investerings­aftrek heeft ontvangen, binnen vijf jaar na aanvang van het investeringsjaar verkoopt, kunt u te maken krijgen met een desinvesteringsbijtelling. Dit is ook het geval als het bedrijfsmiddel wordt overgebracht naar privé of als de investering door ander gebruik het ka­rakter krijgt van een uitgesloten investering. De bij­tel­ling bedraagt het feitelijk genoten percentage inves­teringsaftrek over de overdrachtsprijs. Deze bijtelling kan nooit hoger zijn dan de genoten investeringsaf­trek.

Laat uw herinvesteringsreserve niet verlopen

Hebt u een herinvesteringsreserve gevormd, omdat u de afgelopen drie jaren een bedrijfsmiddel voor meer dan de boekwaarde hebt verkocht? Zorg er dan voor dat u deze benut voor nieuwe investeringen. Doet u dit niet binnen drie jaar, dan komt de reserve vrij ten gun­ste van het bedrijfsresultaat en moet hierover alsnog be­lasting worden betaald.

 

Terugvragen btw oninbare vorderingen

Als er een factuur wordt gestuurd aan klanten, moet de btw direct aangegeven en betaald worden. De btw kan teruggevraagd worden zodra het zeker is dat de vordering geheel of gedeeltelijk oninbaar is. De vorde­ring wordt in ieder geval als on­inbaar aangemerkt ui­ter­lijk een jaar na het verstrijken van de afgesproken uiterste betaaldatum. Als er geen betalingstermijn is vastgelegd, geldt de wettelijke beta­lingstermijn van 30 dagen.

De btw moet in het juiste tijdvak worden terugge­vraagd, anders kan de teruggaaf worden geweigerd door de Belastingdienst.

 

Schenkingen

Ouders mogen in 2020 € 5.515 belastingvrij schenken aan hun kinderen of pleegkinderen. Er mag eenmalig aan kinderen tussen de 18 en 40 jaar maximaal

€ 26.457 (jaar 2020) belastingvrij worden geschonken. Deze vrijstelling kan onder voorwaarden verhoogd worden naar € 55.114 als het kind het geld gebruikt voor een dure studie of naar € 103.643 voor de finan­ciering van een woning.

Voor overige verkrijgers (bijvoorbeeld grootouders aan kleinkinderen) is in 2020 maximaal € 2.208 vrijgesteld.

Als dit jaar meer geschonken wordt dan het vrijgestel­de bedrag of als er van de verhoogde vrijstelling ge­bruik wordt gemaakt, moet vóór 1 maart 2021 een schenkingsaangifte worden ingediend bij de Belas­tingdienst.

Bewaarplicht administratie
In beginsel geldt voor de administratiegegevens een bewaartermijn van zeven jaar. Wanneer hieraan niet is voldaan, kan dit gevolgen hebben voor de be­wijs­posi­tie. Dit kan leiden tot een omkering en verzwa­ring van de bewijslast.

In verband met de herzieningstermijn van de aftrek voorbelasting voor onroerende zaken, zoals bedrijfs­panden, moeten de gegevens van onroerende zaken 10 jaar bewaard worden.