Eindejaars- en nieuwjaarstips mest-wetgeving

Afronden administratie
Begin 2019 moet de mestboekhouding over het jaar 2018 afgerond worden. Daarbij horen een aantal za­ken te worden vastgelegd en verschillende bereke­ningen te zijn gemaakt.

Vastlegging gegevens
De volgende gegevens moeten worden vastgelegd per 31 december 2018:

  • voorraden voer bij staldieren en bij deelname aan BEX melkvee;
  • aantal en gewicht staldieren;
  • voorraad meststoffen per opslag (incl. onderbou­wing);
  • periode en aantal naar natuurterreinen uitge­schaarde dieren.

Berekeningen
Er moet berekend worden of voldaan is aan:

  • de gebruiksnormen;
  • de mestverwerkingsverplichting;
  • de dierrechten (pluimvee, varkens);
  • de fosfaatrechten (melkvee);
  • de criteria voor grondgebonden groei (melkvee).

Opgave aanvullende gegevens
De aanvullende gegevens moeten voor 1 februari 2019 doorgeven worden aan de RVO. Dit geldt met name voor bedrijven met staldieren en/of derogatie. Wanneer u een uitnodiging tot het indienen van een opgave heeft ontvangen van de RVO, bent u verplicht deze tijdig in te sturen.

Bij deze opgave moeten de volgende voorraden meststoffen worden doorgegeven:

  • dierlijke mest;
  • kunstmest;
  • mineralenconcentraat;
  • spuiwater van luchtwassers dat gebruikt gaat worden als meststof op het eigen bedrijf of als mest­stof wordt verhandeld;
  • compost;
  • zuiveringsslib;
  • overige meststoffen of mengsels.

Hoeveelheden fosfaat en stikstof in voorraad dierlijke meststoffen
De gehalten van de voorraden op eigen bedrijf gepro­duceerde dierlijke meststoffen zijn meestal niet be­kend. In de praktijk worden hiervoor vaak de forfaitaire gehalten gehanteerd. Dit is echter niet altijd juist, want er moet uitgegaan worden van de best beschikbare ge­gevens. In (afnemende) volgorde van belangrijkheid zijn dit:

  • analyseresultaten van de voorraad mest;
  • analyseresultaten van de afgevoerde mest in het afgelopen jaar;
  • de berekende gehalten volgens de bedrijfsspeci­fieke excretie (BEX) bij melkvee.

Alleen wanneer deze gegevens ontbreken of niet-repre­sentatief zijn, mag gebruik gemaakt worden van de forfaitaire gehalten.

Natuurterreinen
Natuurterreinen die bij het landbouwbedrijf in gebruik zijn, tellen niet mee voor de plaatsingsruimte in het kader van de gebruiksnormen. Voor de berekening van de mestverwerkingsplicht tellen deze terreinen echter wel mee in de fosfaatruimte.

Binnen de gebruiksnormen is er sprake van uitscharen als er dieren op de natuurterreinen lopen. De uitge­schaarde dieren mogen in mindering worden gebracht op de gemiddelde veebezetting. Als er mest wordt aangewend op het natuurterrein, moet een vervoers­bewijs dierlijke meststoffen opgemaakt worden. Hier­voor mag met forfaitaire gehalten worden gerekend. Op het vervoersbewijs dierlijke meststoffen moet de opmerkingscode 34 vermeld worden.

Mestverwerkingsplicht en afsluiten VVO’s
Bedrijven met een fosfaatoverschot moeten een deel hiervan laten verwerken. Het is raadzaam tijdig te con­troleren of aan deze verwerkingsplicht is voldaan. Tot uiterlijk 31 december bestaat de mogelijkheid de ver­wer­kingsplicht over te dragen of over te nemen van een ander bedrijf door het sluiten van een vervan­gende verwerkingsovereenkomst (VVO). Deze over­eenkomst moet uiterlijk 31 december 2018 ingediend worden bij de RVO.

Gehalten afgevoerde mest
Bij het maken van de berekeningen zijn de gehalten van de afgevoerde mest een belangrijk aandachts­punt. Met name bij de afvoer van de dikke fractie na mestscheiding komen in de praktijk nogal eens hoge, niet realistische gehalten voor. Deze zijn voor RVO.nl bij het ontbreken van een deugdelijke onderbouwing (het analyserapport is hiervoor ongeschikt) aanleiding de afvoer van de bijbehorende vrachten te schrappen. Het is ver­standig hiermee rekening te houden.

Fosfaatverrekening
Wanneer u in 2018 te veel fosfaat hebt aangewend, kunt u tot 31 december 2018 een fosfaatverrekening aanvragen. U maakt hierbij kenbaar dat u in het afge­lopen jaar maximaal 20 kg fosfaat per hectare bouw­land meer hebt aangewend dan de toegestane norm. De verrekening houdt in dat u de extra hoeveelheid in het volgende jaar in mindering brengt op uw fosfaatge­bruiksnorm. De hoeveelheid fosfaat die u van 2017 naar 2018 hebt doorgeschoven, kunt u niet opnieuw doorschuiven. De aanvraag moet via Mijn Dossier ingediend worden.

Verlaging fosfaatgebruiksnormen
In 2019 worden volgens een wetsvoorstel de fosfaat­gebruiksnormen voor gronden met de fosfaattoestand ‘hoog’ verlaagd naar 75 kg per ha grasland (was 80) en 40 kg per ha bouwland (was 50).

Korting stikstofgebruiksnorm bij scheuren gras­land
Bij het scheuren van grasland op zand- en lössgrond zal volgens een wetsvoorstel een verlaging van de stik­stofgebruiksnorm plaatsvinden (dus niet de norm voor dierlijke mest). De verlaging is 65 kg stikstof per ha, indien na het vernietigen van de graszode in de pe­riode van 1 februari tot en met 10 mei direct aan­sluitend de teelt van maïs aanvangt. Wanneer de gras­zode in de periode van 1 juni tot 31 augustus wordt vernietigd en direct aansluitend weer gras wordt geteeld, geldt een verlaging van 50 kg stikstof per ha. Het is nog niet duidelijk of daarmee het verplichte scheurmonster komt te vervallen.

Vanggewas na maïs op zand- en lössgrond
Na de teelt van maïs op zand- en lössgrond moet een vanggewas ingezaaid worden. Vanaf 2019 moet dit ui­terlijk 1 oktober geschieden. Houd hiermee rekening bij de keuze van het maïsras. Alternatief is de onder­teelt van bijvoorbeeld gras.

Uitrijdperiode drijfmest op bouwland
De uitrijdperiode voor drijfmest op bouwland duurt in 2019 van 15 februari tot en met 15 september (was 1 februari tot en met 31 augustus).

Bewaarplicht mestadministratie
Voor de mestadministratie geldt een bewaartermijn van vijf jaar.