Fiscaal Eindejaars- en nieuwjaarstips

Uw urenadministratie
Wanneer u in aanmerking wilt komen voor de zelfstandigenaftrek moet u in 2016 minimaal 1.225 uren werkzaam zijn in uw onderneming. De uren die u als gevolg van ziekte niet hebt kunnen werken, tellen niet mee bij de beoordeling of u aan het criterium hebt voldaan.

Een ondeugdelijke urenstaat kan ertoe leiden dat de inspecteur u de zelfstandigenaftrek en andere ondernemersfaciliteiten weigert. Leg de gewerkte uren daarom nauwkeurig vast. Bovendien moet van uw totale werkzaamheden meer dan 50% aan uw onderneming zijn besteed. De 50%-eis geldt niet voor starters.

Ook voor de meewerkaftrek en de startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid is een urenadministratie van belang.

Investeringsaftrek
Als u in 2016 een bedrag tussen € 2.301 en € 311.242 investeert in bedrijfsmiddelen voor uw onderneming, kunt u in aanmerking komen voor de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek.
Uitgesloten zijn onder meer: grond, personenauto’s, quota, bedrijfsmiddelen minder dan € 450 en bedrijfsmiddelen die voor meer dan 70% worden verhuurd aan derden. De hoogte van de aftrek
is afhankelijk van de totale investeringen.

Hoogte investeringsaftrek:
Is het investeringsbedrag niet meer dan:
€ 2.300: geen investeringsaftrek
€  56.024: 28% van het investeringsbedrag
€ 103.748: vast bedrag van € 15.687
€ 311.242: € 15.687, minus 7,56% van het bedrag boven € 103.748
meer dan € 311.242: Nihil

Voor de hoogte van de investeringsaftrek is het jaar van aangaan van de investeringsverplichtingen bepalend. Daadwerkelijke aftrek in het jaar van investeren kan alleen plaatsvinden indien het bedrijfsmiddel in gebruik is genomen of is betaald.

Een goede planning van investeringen kan leiden tot een hogere investeringsaftrek. Zet daarom de verrichte en de geplande investeringen op een rij om een optimale planning te maken.

Let op de desinvesteringsbijtelling
Indien u een bedrijfsmiddel waarvoor u investeringsaftrek heeft ontvangen binnen vijf jaar na aanvang van het investeringsjaar verkoopt, kunt u te maken krijgen met een desinvesteringsbijtelling. Dit is ook het geval als het bedrijfsmiddel wordt overgebracht naar privé of als de investering door een andere aanwending het karakter krijgt van een uitgesloten investering. De bijtelling bedraagt het feitelijk genoten percentage investeringsaftrek over de overdrachtsprijs. Deze bijtelling kan nooit hoger zijn dan de genoten investeringsaftrek.

Laat uw herinvesteringreserve niet verlopen
Hebt u een herinvesteringreserve gevormd, omdat u de afgelopen drie jaren een bedrijfsmiddel voor meer dan de boekwaarde hebt verkocht? Zorg er dan voor dat u deze benut voor nieuwe investeringen. Doet u dit niet binnen drie jaar, dan komt de reserve vrij ten gunste van het resultaat en zal hierover alsnog belasting betaald moeten worden.

Schenkingen
Ouders mogen in 2016 € 5.304 belastingvrij schenken aan hun kinderen of pleegkinderen. Er mag eenmalig aan kinderen tussen de 18 en 40 jaar maximaal € 25.449 (jaar 2016) belastingvrij worden geschonken. Deze vrijstelling kan onder voorwaarden verhoogd worden naar € 53.016 als het kind het geld gebruikt voor een dure studie of voor de financiering van een woning.
Voor overige verkrijgers (bijvoorbeeld grootouders aan kleinkinderen) is in 2016 maximaal € 2.122 vrijgesteld. Als dit jaar meer geschonken wordt dan het vrijgestelde bedrag of als de verhoogde vrijstelling wordt toegepast, moet vóór 1 maart 2017 een schenkingsaangifte worden ingediend bij de Belastingdienst.

Terugvragen btw voor dubieuze debiteuren
Indien u debiteuren heeft die niet meer zullen betalen, kunt u bij de Belastingdienst een verzoek indienen voor teruggave van de met betrekking tot die debiteuren door u afgedragen btw. Het verzoek moet binnen een maand na het tijdvak waarin duidelijk werd dat de factuur niet meer betaald zal worden, ingediend worden. Volgens een wetsvoorstel wordt de teruggaaf vanaf 1
januari 2017 een stuk eenvoudiger. Het recht op teruggaaf ontstaat dan in ieder geval als het factuurbedrag niet binnen een jaar na de uiterste betalingsdatum is betaald. Indien op een eerder moment duidelijk is dat de factuur niet zal worden betaald, ontstaat op dat moment al recht op teruggaaf. Dit kan volgens het voorstel worden teruggevraagd via de reguliere BTWaangifte.

contact accountant zwolle, den ham, hardenberg