Inzaai vanggewassen

Om aan de vergroeningseis ‘ecologisch aandachts­gebied’ te voldoen, kan men kiezen voor de teelt van vanggewassen. Een vanggewas is daarnaast verplicht na de teelt van maïs op zand- en lössgrond. Daarbij gelden verschillende voorwaarden.

EA-vanggewassen
Het vanggewas moet in dit geval uiterlijk 15 oktober worden ingezaaid en minimaal acht weken in stand worden gehouden.

Vanggewas na maïs op zand- en lössgrond
Er zijn drie mogelijkheden om aan deze verplichting te voldoen:

  • direct aansluitend aan de teelt van maïs en uiterlijk op 1 oktober wordt een vanggewas geteeld. Toe­ge­staan zijn: bladkool, bladrammenas, gras, Ja­pan­se haver, triticale, winterrogge, wintertarwe en wintergerst;
  • onderzaai van gras kort na het zaaien van de maïs. Hierdoor is ook oogst na 1 oktober mogelijk;
  • uiterlijk op 31 oktober wordt een wintergraan inge­zaaid, welke het volgende jaar als hoofdteelt wordt ingezet. Dit moet vóór 1 oktober gemeld worden bij RVO.nl. Toegestane gewassen: spelt, triticale, win­terrogge, wintertarwe en wintergerst.

Voor alle biologisch geteelde maïs en voor op gang­bare wijze geteelde suikermaïs, CCM, korrelmaïs en MKS geldt dat het vanggewas uiterlijk op 31 oktober moet worden gezaaid, mits er spelt, triticale, winter­rogge, wintertarwe of wintergerst wordt geteeld.

Welke soort maïs wordt geteeld, hangt niet af van de opgegeven gewascode, maar van de feitelijke situatie.

Gras als vanggewas
Wanneer er gras is ingezaaid als vanggewas, mag dit gebruikt worden als veevoer door beweiding of maaien. Men moet zich dan wel houden aan de regels voor het scheuren van grasland. Dit betekent meestal dat nadien een stikstofbehoeftig gewas geteeld moet worden. Niet toegestaan zijn dan onder meer: erwten, luzerne en zomergerst.

Als het gras gebruikt wordt als veevoer, ziet RVO dit vanaf 1 februari van het volgende kalenderjaar als tijdelijk grasland. Als het gras van 15 april tot en met 15 oktober onafgebroken blijft staan, moet gerekend worden met de stikstofgebruiksnorm voor tijdelijk gras­land. In de Gecombineerde opgave moet dit opgege­ven worden met gewascode 266.

Vanaf 1 februari mag ook een ander gewas gezaaid worden als hoofdteelt voor dat jaar als het vanggewas niet als grasland wordt gebruikt en het gras niet als veevoer. Men hoeft zich dan niet aan de regels voor het scheuren van grasland te houden.