Overdracht grond en overgang gebruik

Bij overdracht van grond is het voor de betalings­rech­ten en de mestwetgeving belangrijk duidelijk te rege­len wanneer het gebruik van de grond overgaat: voor of na 15 mei. Diegene die het perceel opgeeft, moet op 15 mei beschikken over een geldige gebruikstitel en de grond op deze datum ook daadwerkelijk in ge­bruik hebben.

Een landbouwer (de koper) sloot in maart een koopo­ver­eenkomst af met een andere landbouwer (de ver­koper) met betrekking tot een perceel landbouwgrond (extensief beheerd grasland). In de overeenkomst was bepaald dat de feitelijke levering plaats zou vinden di­rect na het tekenen van de leveringsakte. Planning was dat dit eind april zou geschieden. Maar door om­standigheden vond de ondertekening pas begin juni plaats. De verhoudingen tussen koper en verkoper waren inmiddels problematisch.

Beide partijen gaven het perceel op in de Gecombi­neerde opgave. RVO.nl wees de uitbetaling voor dit perceel af bij de koper omdat deze het perceel op 15 mei niet in beheer had.

Het College van Beroep voor het bedrijfsleven was het eens met RVO.nl. De feitelijke levering had volgens de koopovereenkomst in samenhang met de leverings­ak­te pas begin juni plaatsgevonden. De koper had niet aannemelijk gemaakt dat was afgesproken dat hij het perceel eerder in gebruik mocht nemen. Dat beteken­de dat de koper op 15 mei niet beschikte over een gel­di­ge titel voor het gebruik van het perceel. De vraag of de koper het perceel op deze datum daadwerkelijk in ge­bruik had, was daardoor niet meer van belang.

Of de verkoper wel recht heeft op uitbetaling van be­ta­lingsrechten is, is nog de vraag. De verkoper beschik­te wel over een geldige gebruikstitel, maar hij zal nog moeten bewijzen dat hij het perceel daadwerkelijk in gebruik had op 15 mei.