Stand van zaken PAS

Het Europese Hof van Justitie heeft onlangs naar aan­leiding van door de Raad van State gestelde vragen geoor­deeld dat het Programma Aanpak Stikstof (PAS) als systeem voor het verlenen van Nb-vergunningen op zich een systeem is dat toelaatbaar is. Maar de we­tenschappelijke on­derbouwing die ten grondslag ligt aan het programma en de maatregelen waarop deze onderbouwing is ge­baseerd, moeten wel voldoende zekerheid bieden dat de natuurwaarden van de Natura 2000-gebieden geen schade ondervinden van deze ac­ti­viteiten. Dit zal de Raad van State nog moeten beoor­delen. Een uitspraak daarover wordt komend voorjaar verwacht.

Beweiden en bemesten
Het Hof oordeelde verder dat beweiden en bemesten in beginsel onder de vergunningplicht vallen. Deze ac­tiviteiten kunnen worden uitgezonderd. Bijvoorbeeld als er al voor de activiteit al toestemming is verleend voordat een gebied (waarop de activiteit stikstofdepo­sitie kan veroorzaken) is aangewezen als Natura 2000-gebied. De activiteit kan dan ongewijzigd worden voortgezet. Bij een verandering van de activiteit is wel opnieuw toestemming nodig. Gezien de uitspraak van het Hof is er echter (vrijwel) altijd sprake van een ver­an­dering.

Uitgifte ontwikkelingsruimte
Al eerder had de Minister van LNV besloten de ontwik­kelings­ruimte voor de tweede helft van de eerste PAS-perio­de (1 juli 2018 t/m 30 juni 2021) niet uit te geven.

De reden hiervoor is dat uit de cijfers over 2016 is ge­bleken dat de beoogde netto-reductie van de am­mo­­niakemissies door de agrarische sector nog niet is be­haald. Er is zelfs sprake van een toename in dat jaar, die vooral werd veroorzaakt door de groei van de melk­veestapel en een stijging van de emissies uit het gebruik van kunstmest. In dat kader wordt het gebruik van de sleepvoetbemester op klei- en veengrond ook verboden. Verder zal de komende tijd ook sterker met de sector opgetrokken worden om de afgesproken re­sultaten van voer- en managementmaatregelen in beeld te brengen en tijdig te bereiken.

Voortzetting PAS
Op basis van het de uitspraak van het Hof heeft de over­heid geconcludeerd dat de vergunningverlening in principe kan worden voortgezet voor de gebieden waar nog ontwikkelingsruimte beschikbaar is of in het geval geen ontwikkelingsruimte benodigd is.

Daar waar die ruimte op is, worden geen vergunnin­gen meer verleend die een beroep doen op ontwikke­lingsruimte. Dit is op dit moment het geval voor 19 Natura 2000-gebieden.