Structurele aanpak stikstof

Het kabinet trekt de komende tien jaar € 5 miljard uit om de uitstoot en neerslag van stikstof te verminde­ren, de natuur te herstellen en de vergunningverlening verder op gang te brengen. Ruim € 2,8 miljard is gere­serveerd voor verbetering van de natuur. Er is € 1,3 miljard beschikbaar voor veehouders die vrijwillig stop­pen. Voorts komen er verschillende subsidies om de veehouderij verder te verduurzamen.

Een omvangrijk pakket aan maatregelen moet er toe leiden dat in 2030 ten minste 50 procent van de hecta­res met stikstofgevoelige natuur in Natura 2000-gebie­den onder de kritische depositiewaarden is gebracht. De maatregelen zijn gericht op de landbouw en het scheepvaart-, lucht- en wegverkeer. De belangrijkste maatregelen voor de landbouw worden hieronder beschreven.

Beëindigingsregeling
Er komt een landelijke beëindigingsregeling voor vee­houders die vrijwillig stoppen. Hiervoor is € 1 miljard gereserveerd. De rangschikking van subsidieaanvra­gen vindt plaats op basis van de omvang van de stikstofdepositie op voor stikstof gevoelige Natura 2000-gebieden. Hoe dichter een bedrijf bij een Natura 2000-gebied ligt, des te hoger is de stikstofdepositie. De regeling wordt op zijn vroegst begin 2021 open­gesteld, mede omdat de Europese Commissie eerst goedkeuring moet verlenen.

Er wordt ook bijna € 0,3 miljard beschikbaar gesteld om alle aanvragen van de subsidieregeling sanering varkenshouderijen te kunnen honoreren, mits deze aan de eisen voldoen.

Verlagen ruw eiwitgehalte veevoer
Het kabinet wil een maximum stellen aan het ruw ei­wit­gehalte in aangekochte voeders voor melkvee. Er is inmiddels een conceptregeling gepubliceerd, die geldt voor de periode 1 september tot en met 31 december 2020. Het gaat om voormengsels, meng­voeders en voedermiddelen die aan een melkveehouder worden geleverd, met uitzondering van gras, graskuil, mais, hooi, stro, bietenloof, voederbieten, veldbonen, bier­bostel, tarwegistconcentraat en kunstmelkpoeder voor de opfok van kalveren. Het is melkveehouders niet toe­gestaan voeders voor hun melkvee in voorraad te hebben of te gebruiken met meer ruw eiwit dan de voor hun bedrijf geldende norm.

Het kabinet wil een maximale norm hanteren van 191 tot 193 gram ruw eiwit per kg diervoeder voor bedrij­ven op zand- of lössgrond, van 171 tot 173 gram per kg voor bedrijven op klei en van 164 tot 165 gram per kg voor bedrijven op veen. De hoogste gehalten aan ruw eiwit zijn toegestaan voor bedrijven met een pro­ductie van meer dan 20.000 kg melk per ha, de laag­ste gehalten voor een productie lager dan 14.000 kg melk per ha.

Na 2020 wil men op rantsoenniveau afspraken maken met de sector. Voor de implementatie van de veevoer­maatregelen is de komende jaren 73 miljoen euro be­schikbaar. Een deel van dat geld zal worden ingezet voor coaches en voorlichting.

Vergroten aantal uren weidegang
Het gemiddelde aantal uren weidegang voor een wei­dende koe bedroeg 1.648 uur per jaar (2018). De am­bi­tie van het kabinet is een uitbreiding van dit aantal uren weidegang met 125 uren in 2021 en 250 uren vanaf 2022. Om dit te realiseren wordt ingezet op een mix van instrumenten, zoals:
– voorlichting en onderwijs over beweiden en gras­landmanagement;
– een campagne om vroeger in het jaar te beweiden;
– inzet van weidecoaches;
– kavelruil (budget 3 miljoen euro).

Verdunnen mest
Het verdunnen van drijfmest bij het uitrijden reduceert de ammoniakemissie aanzienlijk. De toepasbaarheid op met name zandgronden, wordt echter beperkt door de gelimiteerde beschikbaarheid van (oppervlakte)wa­ter. Het kabinet bereidt een investeringssubsidierege­ling voor om bedrijven te stimuleren regenwater op te vangen van staldaken en erf om daarmee mest te kun­nen verdunnen (budget 100 miljoen euro, subsidie 40% van investeringskosten).

Stalaanpassingen
De komende periode zal de Subsidieregeling bronge­richte verduurzaming (Sbv) ondersteuning bieden aan innovatie en de eerste investeringen in nieuwe stal­techniek.

Uiterlijk in 2025 zullen per diersoort de aangescherpte emissienormen voor ammoniak voor nieuwe stallen en geplande renovaties ingaan. Voor bestaande stallen gaat dan een nader te bepalen overgangsperiode gel­den, waarbij rekening wordt gehouden met de moge­lijkheden van boeren. Boeren worden via subsidie on­dersteund bij het doorvoeren van de benodigde aan­pas­singen. Voor de periode 2023-2030 is hiervoor € 280 miljoen gereserveerd.

Omschakelfonds
In de periode 2020-2023 komt € 175 miljoen beschik­baar voor veehouderijbedrijven die willen extensiveren of omschakelen naar een andere bedrijfsvoering. Dit bedrag is bedoeld als bijdrage in de investeringskos­ten en om bij te springen als omschakelende boeren tijdelijk minder inkomsten hebben.

Mestverwerking
Voor de komende tien jaar is, naast de € 33 miljoen in het klimaatakkoord, € 15 miljoen gereserveerd om mest­verwerking naar hoogwaardige kunstmestver­vangers te stimuleren.