Voorwaarden EA-vanggewassen

Vanggewassen in het kader van het ecologisch aan­dachtsgebied dienen uiterlijk 15 oktober ingezaaid te worden. Het EA-vanggewas moet minimaal acht we­ken in stand worden gehouden. Bij inzaai op of voor 15 juli start de 8 weken termijn altijd op 15 juli (catego­rie 1: vanggewassen algemeen).

Wijziging zaaidatum
In de Gecombineerde opgave moet de geschatte in­zaaidatum van het vanggewas of de geschatte oogst­datum van het hoofdgewas (bij onderteelt) ingevuld worden. Wanneer de werkelijke datum hiervan afwijkt, moet dit via een wijziging op de Gecombineerde opga­ve gemeld worden bij de RVO. Dit is met name van belang als het vanggewas eerder wordt ingezaaid of het hoofdgewas eerder wordt geoogst. De achtweken­termijn gaat dan in op de nieuw opgegeven datum. De melding moet uiterlijk op de dag van inzaaien of oog­sten plaatsvinden, omdat de achtwekentermijn pas in­gaat op de melddatum. Het is niet mogelijk een datum in het verleden op te geven.

Zaaihoeveelheden
Het EA-vanggewas moet zorgen voor voldoende zicht­bare bedekking van de bodem of er moet ten min­ste 75% van de aanbevolen hoeveelheid zaaizaad ge­bruikt worden (volgens de Aanbevelende Rassenlijst voor landbouwgewassen).

Mengsel
Bij EA-vanggewassen moet altijd een mengsel ge­bruikt worden, behalve bij onderzaai. Dit mengsel mag alleen toegestane soorten bevatten.

Geen gebruik gewasbeschermingsmiddelen
Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen is niet toegestaan vanaf het oogsten van het hoofdgewas tot en met de acht weken dat het vanggewas minimaal op het land moet staan.

Bewaarplicht
Bij de teelt van EA-vanggewassen is het verplicht de aankoopbewijzen en etiketten van het gebruikte zaai­zaadmengsel vijf jaar te bewaren. Wanneer dit niet gebeurt, kan dit leiden tot een korting op de vergroe­ningspremie.